Onderzoekers van de Universiteit Twente hebben in opdracht van het Agentschap Telecom onderzoek gedaan naar de invloed van het aantal draadloze netwerk apparaten in een ruimte op de snelheid van die verschillende netwerken. Wat blijkt? De apparaten van veel mensen die tegelijkertijd draadloos internetten zitten elkaar vooral in de weg. Slechts 20% van alle dataverkeer dat verstuurd wordt binnen de verschillende draadloze netwerken bevat data. Al het overige verkeer bestaat uit controle bestanden, zogenaamde ‘control-frames’.

De conclusie van het onderzoek van de UT is dat draadloze netwerkapparatuur (Wlan apparaten) grote moeite heeft met het delen van dezelfde bandbreedte, met een moeilijk woord wordt dit ook wel wifi-interferentie. Hoe meer apparaten gebruik maken van dezelfde frequentie om gebruikers draadloos internet te laten gebruiken hoe slechter die apparatuur presteert. Aan deze mindere prestaties liggen vooral technische redenen ten grondslag.

De onderzoekers menen dat de producten en ontwikkelaars van wifi apparatuur beter moeten nadenken over efficiƫnter gebruik van de beschikbare bandbreedte. Met het toenemend gebruik van de frequenties voor draadloos netwerken zal de wifi-interferentie voor steeds meer problemen gaan zorgen. Uit het onderzoek bleek nu al dat in kantoren en collegezalen maar ook in bijvoorbeeld stadscentra het delen van de bandbreedte voor draadloos internet tot vertragingen leidde.